Fokwaardeschattingen

Wat zijn fokwaarden?

Een fokwaarde is een schatting van de genetische aanleg van een hond voor een bepaald kenmerk. Meestal wordt een kenmerk bepaald door genen en milieu-factoren. Met behulp van wiskundige modellen en moderne computerprogramma’s wordt de erfelijke aanleg van een dier voor dat bepaald kenmerk geschat, waarbij de milieu-invloeden weg gefilterd worden.

Met andere woorden: fokwaardeschattingen proberen zo goed mogelijk in te schatten wat er in het instructieboekje van een hond staat. Alles wat in dat boekje staat is erfelijk.

De invloeden door milieufactoren zijn niet erfelijk. Een combinatie van wat in het boekje van de vader en in dat van de moeder staat zal bepalend zijn voor de nakomelingen.

fok1

Fokwaardeschattingen kunnen berekend worden voor alle kenmerken / eigenschappen (gewenste en ongewenste) van een hond die voldoende erfelijk zijn. Fokwaardeschattingen kunnen dus zowel voor aandoeningen, gedrag als raskenmerken berekend worden indien ze erfelijk zijn. Fokwaarden worden reeds jarenlang berekend voor productie kenmerken zoals melkproductie bij de koeien, aantal biggen bij een zeug, aantal pups per hond.

Fokwaardeschattingen worden voor elk kenmerk uitgedrukt in een getal per hond. Een fokwaarde geeft de genetische aanleg weer van het dier en niet wat je van dat dier voor dat kenmerk “ziet”! Het kan dan ook zijn dat je denkt dat de fokwaarde fout is, omdat je niet ziet wat er binnenin de hond “verborgen” (= het instructieboekje) is.

Naam van de hond
Heupdysplasie Vacht Gedrag
BONNO 87 102 98
MAX 105 100 87
FIGO 98 87 102

In ons voorbeeld heeft BONNO een fokwaardeschatting van 87 voor Heupdysplasie, 102 voor de vacht en 98 voor gedrag. Dit betekent dat hij meer nakomelingen heeft die Heupdysplasie hebben dan Max en Figo. Zijn nakomelingen hebben de mooiste vacht, maar durven ietwat “scherper” zijn in gedrag.

Hoe worden fokwaarden berekend?

Het is niet onze bedoeling om de ingewikkelde wiskundige formules uit te leggen, maar wel om het schema te verduidelijken hoe men in de praktijk fokwaarden berekend.

Het is zeer belangrijk dat zoveel mogelijk gegevens van de honden verzameld worden (stambomen, onderzoeken, beoordelingen, etc…) in één centrale database. Hier spelen de rasverenigingen, stamboeken, fokkers, maar ook de hondeneigenaars en dierenartsen een zeer cruciale rol. Deze gegevens worden in een speciaal ontworpen computerprogramma ingebracht op een gestandaardiseerde wijze waarbij er speciaal aandacht wordt aan besteed dat individuele gegevens “ONZICHTBAAR” zijn voor de buitenwereld.

Deze stap in het proces is extreem belangrijk. Deze gegevens vormen immers de basis van de fokwaardeberekeningen. Als de centrale database niet of onvoldoende wordt gevoed met “correcte” individuele informatie over prestaties, ziekten en afstamming, kunnen geen correcte fokwaarden worden berekend.

De verzamelde gegevens worden daarna verwerkt (vaak in onderzoekcentra zoals een universiteit) waar de fokwaardeschattingen berekend worden. Na de nodige analyses en studies van de gegevens worden fokwaarden geschat.

fok2

Belangrijk om te weten is dat centraal in het hele gebeuren het diermodel staat. Wanneer de computer voor een hond de fokwaardeschattingen berekent, dan zal dat gebeuren op basis van alle resultaten van zowel de hond zelf, de voorouders, broers en zusters, nakomelingen, enz.  Dit alles wordt dan ook nog vergeleken met de volledige populatie. Gegevens van honden uit het verleden zijn daarom ook zeer nuttig om in de database op te slaan.

Op die manier kan de computer zo nauwkeurig mogelijk inschatten hoe de hond bepaalde eigenschappen zal doorgeven aan de nakomelingen. Dankzij dit systeem worden zo goed mogelijk de milieu invloeden geëlimineerd.

Uiteindelijk staan de berekende fokwaardeschattingen ter beschikking van de fokkers.

fok3

Hoe moeten we fokwaarden interpreteren?

Fokwaardeschattingen worden steeds voor de gehele populatie berekend. Dus ook voor de honden waarvan geen resultaten bekend zijn. Voor elk kenmerk waarvoor fokwaardeschattingen berekend worden, is 100 steeds het gemiddelde van de populatie.

Voor sommige kenmerken zullen honden die een hoger getal hebben dan 100 een gunstige genetische aanleg en hun pups zullen beter zijn dan gemiddeld. Voor andere kenmerken is 100 de “ideale” waarde en is hoger of lager minder gewenst. Bij de gebruiksaanwijzing wordt altijd vermeld wat de “ideale” streefwaarde is.

Hoe werken fokwaarden in de praktijk?

Dit is het belangrijkste voor de fokkers. Zelfs als je als fokker niet 100% goed begrijpt waar fokwaarden voor staan, dan moet je gewoon “vertrouwen” dat de professionele genetici zeer goed weten waarmee ze bezig zijn en dat ze een instrument aanbieden dat je als fokker kan gebruiken om het uiterlijk en de werkeigenschappen van je honden te gaan verbeteren. Het is ook een handig instrument om veel onnodig leed en problemen te voorkomen.

We vertrekken van een voorbeeld met fokwaardeschattingen voor het verbeteren van het speurvermogen bij jachthonden en werkhonden. Goed speuren en opzoeken van wild is sterk beïnvloed door correct aanleren en veel oefenen. De ene hond heeft echter meer talent/aanleg (= betere genen) dan een andere hond. En dat willen we nu juist in kaart brengen, want van de getalenteerde hond willen we meer pups die ook aanleg zullen hebben voor goed speurwerk.

Reuen Fokwaarden – speurvermogen
BONNO 88
RICKY 113
TOM 101
BAS 94

Fokwaarden kunnen ook gebruikt om de minder aangename kenmerken bij honden beter te beheersen. In een tweede voorbeeld gaan we uit van  twee erfelijke aandoeningen; heupdysplasie en vernielzucht. Voor alle honden zijn de fokwaardeschattingen weergegeven in onderstaande tabellen.

Reuen Fokwaarden
Heupdysplasie Vernielzucht
BONNO 104 102
RICKY 112 88
TOM 106 98
BAS 90 90
Teven Fokwaarden
Heupdysplasie Vernielzucht
FLEUR 100 102
LILLY 112 90

Welke honden kunnen nu met elkaar paren?

Belangrijk is te weten dat een pupje bij zijn geboorte automatisch een fokwaarde krijgt.Deze waarde is het gemiddelde van de fokwaardeschatting van beide ouders (50% van papa en 50% van mama)

Het doel van de fokkerij is om in elke nieuwe generatie beter te doen dan in de vorige generatie. Met andere woorden we trachten er voor te zorgen dat de fokwaardeschatting van de pupjes hoger is dan het huidig rasgemiddelde.

Deze tabel geeft de fokwaarde weer van de combinatie van alle vier de reuen met een bepaalde teef (Fleur)

Reu + Teef
Fokwaarden
Heupdysplasie Vernielzucht
BONNO + FLEUR (104+100):2 = 102 (102+102):2 =102
RICKY + FLEUR (112+100):2 =106 (88+102):2 =95
TOM + FLEUR (106+100):2 =103 (98+102):2 =100
BAS + FLEUR (90+100):2 =95 (90+102):2 =96

Enkel de combinaties tussen Bonno met Fleur en Tom met Fleur voldoen aan onze voorwaarde om beter te doen dan het rasgemiddelde en dit voor elke eigenschap. Enkel deze twee combinaties voldoen voor beide eigenschappen, de andere twee voldoen slechts voor een of geen van beide eigenschappen.

Het gebruik van fokwaardeschattingen is dus zeer eenvoudig. Wanneer je een teefje wil laten dekken volstaat een beetje rekenwerk om de beste combinatie te vinden. Voor diverse diersoorten zijn de fokwaardeschattingen gewoon op internet beschikbaar.

Fokwaarden veranderen in de tijd. Zelfs wanneer er geen nieuwe onderzoeken van een bepaalde hond uitgevoerd worden, kunnen zijn fokwaarden toch veranderen in de tijd. We hebben immers geleerd dat de fokwaarde van een hond beïnvloed wordt door de metingen op de familie van de hond. Wanneer daar wijzigingen zijn heeft dat invloed op de fokwaarde van de hond zelf. Ook de berekening van de hele populatie kan een invloed hebben op de fokwaarde van een hond.

Vandaar dat in de praktijk de fokwaarden enkele malen per jaar berekend worden. In sommige gevallen is dat om de 3 maanden, andere berekenen 2 maal per jaar nieuwe fokwaarden.

Als de waarde van de fokwaarde van een bepaalde hond in de loop van de tijd “slechter” wordt, wijst dit er op dat het steeds beter gaat met de prestaties en de gezondheid van de raspopulatie!

Het gevaar van individuele fokwaarden.

In theorie is het fokken met behulp van fokwaarden een zeer goed systeem om raskenmerken te verbeteren en erfelijke gebreken binnen een populatie terug te dringen. Alleen moeten we goed opletten dat door verkeerdelijk gebruik de genetische diversiteit van een populatie niet verkleint.

Het gevaar bestaat immers dat de fokkers enkel en alleen de reuen met de beste fokwaardeschattingen gaan gebruiken. Hierdoor verkrijgen we dezelfde problemen als met de eerder beschreven kampioencultuur.

Daarnaast bestaat ook het gevaar dat eigenaars, de teven met minder goede fokwaardeschattingen gaan weigeren voor hun reuen uit de onterechte vrees dat de pupjes uit deze combinaties op termijn de fokwaardeschattingen van de reu negatief zouden kunnen beïnvloeden.

Wat moeten we onthouden?

Een fokwaarde is een schatting van de genetische aanleg van een hond voor een complex kenmerk.
Honden met een hogere fokwaarde hebben een betere genetische aanleg  en hun pupjes zullen beter zijn dan gemiddeld.
Het gebruik van individuele fokwaarden kan aanleiding geven tot “overdreven en ongecontroleerd” inzetten van dezelfde reuen.