De Vlaamse minister bevoegd voor Landbouw geeft uitvoering aan het Fokkerijbesluit voor de fokkerij van honden.

Om erfelijke aandoeningen en inteelt in de hondenfokkerij te kunnen voorkomen, is het noodzakelijk om naast het  dierenwelzijn ook de fokkerij te reglementeren. Het toepassingsgebied van de fokkerijreglementering werd hiervoor  uitgebreid in 2013. Op 3 maart 2015 nam de minister bij ministerieel besluit een aantal specifieke maatregelen om  sommige rassen extra te kunnen begeleiden en beschermen. Het betreft rassen waarvoor de genetische diversiteit te  laag is. Voor die rassen werd een collectieve aanpak van de fokkerij noodzakelijk geacht om erfelijke aandoeningen te  kunnen vermijden in de nakomelingen die als gezelschapsdier worden verhandeld. 

Een eerste maatregel maakt een inventaris op van de rassen waarvoor de genetische diversiteit in het gedrang is. Voor deze rassen  worden de erfelijke aandoeningen bepaald die bij deze rassen onderzocht moeten worden. De lijst werd opgesteld op basis van  informatie verzameld uit internationale wetenschappelijke literatuur, in Vlaanderen beschikbare afstammingsgegevens voor 23 rassen,  en een onderzoek naar het voorkomen van een aantal erfelijke aandoeningen in 21 rassen. Deze lijst zal aangepast worden naarmate  er meer informatie over deze en andere rassen beschikbaar is.

Een tweede maatregel zorgt voor een centrale registratie door de fokkersverenigingen van de gegevens die nodig zijn om erfelijke  aandoeningen en inteelt per ras te beheersen. Zoals bij andere diersoorten leveren hondenfokkers vrijwillig informatie over hun  fokdieren aan bij de door hen gekozen vereniging of organisatie van fokkers. Die vereniging moet deze gegevens, sommige na  verwerking, ter beschikking houden van de fokker en/of de eigenaar van het fokdier.

Een derde maatregel moet er toe leiden dat de informatie die relevant is voor de aanpak van deze problematiek, op een  oordeelkundige manier wordt gebruikt om dieren in te zetten voor de voortplanting. De identificatie- en afstammingsgegevens van de  fokdieren worden immers gebruikt voor twee doeleinden: enerzijds om onderzoeksresultaten te verbinden aan een bepaald fokdier en  anderzijds om de verwantschap tussen dieren objectief vast te stellen. Om te garanderen dat deze gegevens correct zijn, worden ze  gecontroleerd via een DNA-analyse.

De koppeling van onderzoeksresultaten aan afstammingsgegevens laat toe om in te schatten of nakomelingen van een combinatie van  fokdieren een bepaalde erfelijke aandoening zullen vertonen of niet. De fokkersverenigingen moeten deze informatie ter beschikking  stellen van hun fokkers, zodat zij de finale keuze kunnen maken.

Fokdieren waarvan én de genetische identiteit én de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken geregistreerd zijn in de centrale  databank, worden automatisch toegelaten tot de voortplanting, ongeacht het resultaat van de keuring op rasstandaard. Het keuren van  fokdieren op rasstandaard wordt niet verboden, maar het resultaat ervan kan voor deze rassen geen aanleiding meer geven tot het  uitsluiten van fokdieren voor voortplanting.

Aan zowel de fokkers als de liefhebbers van deze rassen wordt gevraagd het hoofd koel te houden. Het stigmatiseren van fokdieren  die drager maar geen lijder zijn van bepaalde erfelijke aandoeningen, moet zoveel mogelijk worden vermeden. Dieren die drager zijn,  kunnen in een juiste paringscombinatie nog altijd gezonde nakomelingen voortbrengen. Zij zijn daarom van onschatbare waarde om de  genetische diversiteit van het ras mee te versterken. Om het stigmatiseren van fokdieren te ontmoedigen, mogen de  onderzoeksresultaten voor deze rassen niet vermeld worden op het stamboekcertificaat. De gegevens die wel op het  stamboekcertificaat moeten worden vermeld, worden vastgelegd in het ministerieel besluit.

Dit besluit bepaalt ook welke gegevens er op een dekcertificaat vermeld moeten worden. Dit dekcertificaat is van toepassing op alle  rassen van honden.

De fokkers van de geïnventariseerde rassen nemen het voortouw om de erfelijke aandoeningen weg te fokken. Zij verdienen hiervoor  het nodige respect.

CONTACT
Leen Versmissen | Tel. 02 552 78 85 | E-mail : leen.vermissen@lv.vlaanderen.be
www.vlaanderen.be/landbouw

WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK

Onderzoek uitgevoerd door KULeuven-Live stock genetics: Inteelt en Genetische diversiteit bij 23 populaties van honden in België op  basis van afstammingsgegevens van de Koninklijke Maatschappij Sint Hubertus.

Klik hier om het document te raadplegen

Onderzoek uitgevoerd door UGent-Labo Dierlijke Genetica: Frequentiebepaling via DNA-testen van een aantal prioritaire erfelijke aandoeningen bij een aantal hondenrassen.

Klik hier om het document te raadplegen

WETGEVING

Fokkerijbesluit: Besluit van de Vlaamse Regering van 19 maart 2010 betreffende de organisatie van de fokkerij van voor de landbouw nuttige huisdieren.

Klik hier om het document te raadplegen

Ministerieel besluit 3 maart 2015 tot uitvoering van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010 met betrekking tot de fokkerij van honden.

Klik hier om het document te raadplegen

Ministerieel besluit van 27 september 2011 tot erkenning van verenigingen, organisaties en ondernemingen ter uitvoering van artikelen 4, 5, 6, 7 en 59, §1, van het Fokkerijbesluit van 19 maart 2010